Eurofins
Zoeken

Om één van onze white papers te downloaden vragen wij u om uw e-mailadres op te geven. 

Eurofins CCC ontwikkelt onderzoeksmethode voor human milk oligosaccharide 2’-fucosyllactose

Het Eurofins Expertise Centre for Complex Carbohydrates and Chemistry (CCC) in Heerenveen ontwikkelde onlangs een nieuwe onderzoeksmethode, in opdracht van een klant in de zuivel en kindermelk. Het lab kan nu 2’-fucosyllactose analyseren: één van de mens-eigen koolhydraten in melk. Het gaat om de human milk oligosaccharides (HMOs) - een relatief nieuw ingrediënt in de zuigelingenvoeding, waarvoor eerder nog geen analyse bestond voor routinematige kwaliteitscontrole. Ook andere klanten kunnen deze analyse nu laten uitvoeren bij Eurofins. Wat zijn HMOs precies? En wat ging er vooraf aan het ontwikkelen van zo’n onderzoeksmethode? Jeroen van Soest, Business Innovation Manager van Eurofins CCC vertelt erover.

“In de eerste generatie kindermelkproducten en ouderenvoeding zitten suikers en koolhydraten die door mens - chemisch of via enzymatische biosynthese - zijn gemaakt of geïsoleerd uit planten via semi-natuurlijke processen. Van nature zitten deze koolhydraten niet in moedermelk. Denk bijvoorbeeld aan fructanen en galacto-oligosacharides (GOS). Sinds kort zijn producenten in staat om complexe menseigen koolhydraten en suikers te ontwikkelen voor kindermelk. Het zijn koolhydraten die ook in moedermelk voorkomen, zoals 2’-fucosyllactose”, legt Van Soest uit. Oligosachariden (HMOs) in moedermelk spelen een essentiële rol bij de gezonde ontwikkeling van baby’s, door het stimuleren van gezonde darmbacteriën. Daarnaast verminderen HMOs infecties door de hechting van pathogenen te blokkeren, werken HMOs prebiotisch en stimuleren HMOs de immuunrespons. Zo versterken ze het immuunsysteem. Kortom: HMOs zouden veel gezondheidsvoordelen opleveren voor kinderen. Voor veel baby’s is echter geen moedermelk beschikbaar, en er zijn momenteel ook geen alternatieve natuurlijke bronnen voor HMOs. Toch mochten HMOs niet zonder meer worden toegevoegd aan kindermelk door producenten.

Een test nodig die nog niet bestaat
“Een producent mag niet zomaar een nieuw ingrediënt toevoegen aan bijvoorbeeld zuigelingenvoeding”, vertelt Van Soest. “Daarop is scherpe controle. De EFSA en de FDA bepalen de toelatingseisen van stoffen en ingrediënten in Europa en Amerika. En daar gaan uitgebreide toxiciteitsstudies en stabiliteitsstudies aan vooraf. Maar dan moet een producent die stof wel kunnen laten analyseren in een product. Ook na toelating van een nieuw ingrediënt is de juiste samenstelling of het gehalte aan bijvoorbeeld koolhydraten in een kindermelkproduct vastgelegd in speciale en strenge wet- en regelgeving. Voor zo’n nieuw ingrediënt is dan een test nodig, die vaak nog niet bestaat. En daarbij komt onze hulp van pas. We ontwikkelden in samenwerking met de klant een test waarmee we 2’-fucosyllactose konden kwantificeren in het product. Ook bij toxiciteitstudies is de nauwkeurige bepaling van de samenstelling essentieel. Alleen zo kunnen we vaststellen of kindermelk bestaat uit de juiste veilige en gereguleerde samenstellingen. Ook moet de producent met een analyse kunnen aantonen dat de samenstelling niet verandert in de tijd, door afbraak van koolhydraten.  

Stabiliteit en kwaliteit
Het product moet stabiel zijn bij productie én gebruik. Van Soest: “De ingrediënten tezamen mogen niet afbreken door bijvoorbeeld hydrolyse in zure producten. Ze moeten langere tijd houdbaar zijn, zodat de moleculen ‘heel’ blijven - bij de juiste bewaarcondities. Natuurlijk wil de producent ook graag de kwaliteit controleren. Van de grondstof of het ingrediënt – om er 100% zeker van te zijn dat de specificaties van de leverancier kloppen – tot aan het gehalte op het etiket, dat moet voldoen aan richtlijnen. En natuurlijk moet het product goed zijn gemengd tijdens het productieproces en de juiste samenstelling opleveren in het eindproduct. Bij kindermelk heeft de producent te maken met strikte marges en etiketeisen, afhankelijk van de leeftijdscategorie van kinderen.” 

Ook voor andere klanten
Dit keer kwam de klant via een Eurofins-lab uit het buitenland bij Eurofins CCC in Heerenveen terecht, vanwege hun specialistische kennis van suikers en koolhydraten. Van Soest: “In 6 maanden ontwikkelden we de 2’-fucosyllactose-test in samenwerking met hen, op aanvraag. We begonnen met interne testen. Daarna volgde de validatie volgens onze ISO 17025 richtlijnen en de aanvraag voor accreditatie bij de Raad voor Accreditatie. De test van 2’-fucosyllactose voeren we nu uit voor klanten over de hele wereld, onder officiële accreditatie.”

Van analyse naar uniforme onderzoeksmethode
Een analyse ontwikkelen is één ding. Toch is dat niet altijd het enige doel. “Het liefst ontwikkelen we een uniforme onderzoeksmethode”, vertelt Van Soest. “Als iedereen in de sector dezelfde betrouwbare onderzoeksmethode hanteert, zijn de resultaten goed met elkaar te vergelijken. Daar heeft een hele sector voordeel van. Niemand is gebaat bij andere getallen die circuleren voor eenzelfde product.” Daarom werkt Eurofins CCC samen met AOAC, NEN, ISO, IDF (de internationale zuivelfederatie) en producenten. “Zo zijn we nu direct betrokken bij de ontwikkeling van officiële standaarden voor HMOs, waaronder 2’-fucosyllactose in de kindermelkindustrie. Mijn collega Dr. Yannis Vrasidas is binnen de AOAC gevraagd als voorzitter van de officiële werkgroep, waarbij wereldwijd alle belangrijke stakeholders aanwezig zijn.”

Dé wereldwijde standaard
Eurofins CCC heeft vaker met dit bijltje gehakt. “We ontwikkelen regelmatig tests voor klanten. 
Zo ontwikkelden we samen met een grote klant een nieuwe analyse voor fructanen, nu dé wereldwijde standaard onderzoeksmethode (ISO, IDF en AOAC) om de juiste gehaltes te meten in kindermelk, voor deze klant en hun concurrenten”, vertelt Van Soest. Waar is Eurofins CCC op dit moment mee bezig? Van Soest: “We werken nu voor klanten of op eigen initiatief aan tests voor organische zuren, voedingsvezels, andere HMOs en siaalzuur. Ook houden we ons bezig met de ontwikkeling van een officiële test voor lactose in lactose-vrije producten en voor suikergehalte in zuivel. En we werken aan nieuwe testen voor nieuwe voedingsvezels en prebiotica. Voorbeelden zijn malto-,  galacto-, fructo-, xylo- en pectic oligosachariden, specifieke suikers, beta-glucanen in gisten en schimmels en suikerprofileringen van hydrocolloïden in algen, zeewier en insecten. Eigenlijk houden we ons bezig met zowel eenvoudige als complexere onderzoeksmethoden. Het hangt er net vanaf hoe specifiek en nauwkeurig de meting moet zijn. Is het goed genoeg als de test werkt bij 90% van de producten? En moet het bijvoorbeeld álle voedingsvezels meten? Dat maakt verschil.” 

Meer informatie
Wilt u specifieke kennis opdoen over uw (te ontwikkelen) product? De afdeling Research & Development van Eurofins CCC kunnen u helpen bij specifieke test- en onderzoeksactiviteiten. Wij werken graag met u samen in uw complexe ingrediëntenonderzoek (waaronder koolhydraten, voedingsvezels, prebiotica, organische zuren en eiwitten). Ook als zo’n onderzoeksmethode nog niet bestaat, bijvoorbeeld bij gebruik van nieuwe ingrediënten (in nieuwe producten). Zo’n methode kunnen we vervolgens valideren volgens ISO 17025. Interesse? Neem contact op met Sales-Food-NL@eurofins.com of via +31(0) 888 31 00 00.

Heeft u een algemene vraag? Bel of mail ons gerust.

Contactgegevens België

Whitepapers

Lees je in op specifieke onderwerpen met onze whitepapers

1 / 7