Eurofins CCC: innovatie van het hoogste niveau

26 augustus 2021

Jeroen van Soest, koolhydraten-expert van Eurofins: "Ik leg focus op nieuw"

Tekst geschreven door Crista Herder

“We hebben het nieuws vrij nuchter opgevat”, vertelt dr. Jeroen van Soest, Business Innovation manager van Eurofins Expertise Centre for Complex Carbohydrates and Chemistry (CCC) in Heerenveen enigszins verrast, als ik vraag waar hij was toen hij het nieuws hoorde. Een paar dagen eerder was daar ineens het bericht dat de - mede door Eurofins CCC ontwikkelde -  voedingsvezel-analysemethode voor klassieke en complexe voedingsvezels wordt voorgedragen als internationale norm van de Codex Alimentarius. De wetgeving in diverse landen en regio’s wordt vaak gebaseerd op de richtlijnen in de Codex Alimentarius – een initiatief van de WHO en FAO (VN). Sinds 2013 werkte het team aan deze analysemethode. “Het is eigenlijk wel een mooie mijlpaal: alsof we het WK hebben gewonnen in de voedingsvezel-analysewereld. Met deze ontwikkeling horen wij bij de grootste laboratoria ter wereld. Dat realiseerden we ons eigenlijk pas toen de directie heel enthousiast op het nieuws reageerde. We hadden het inderdaad wel wat meer mogen vieren”, vertelt Van Soest peinzend. Ik mag de koolhydraten-expert aan de tand voelen over deze voedingsvezel-analysemethode, zijn visie op het bepalen van koolhydraten in voeding en over continu innoveren: is er nog steeds innovatie mogelijk om de analyses nóg sneller en nauwkeuriger te maken?

“Ik kom uit Houten (Utrecht)”, vertelt Van Soest lachend, als ik vraag of hier Friese nuchterheid in het spel is. In Heerenveen bij Eurofins CCC meten Van Soest en het innovatieteam koolhydraten voor laboratoria en producenten uit de hele wereld. En nee, het gaat dan niet om ‘routine-onderzoeken’. Van Soest en het CCC-team komen in actie bij complexere vraagstukken. Zij komen bijvoorbeeld met inhoudelijk advies als een producent midden in de productontwikkelingsfase zit. Of als er nog geen testen bestaan voor het bepalen van een bepaald type koolhydraten. Als ik hem spreek, is hij net klaar met een adviesgesprek voor een koffieproducent in Italië. “Handig dat beeldbellen via de pc. Vóór de coronapandemie was ik veel op reis naar klanten, congressen of werkgroepen. Dat mis ik wel, die informele contacten. Ik zit al 35 jaar in het koolhydratenvak. Inmiddels ken ik zo ongeveer iedereen die in de koolhydraten werkt, op alle niveaus”, legt van Soest uit.

Het geheim van Eurofins CCC 
Zo komt Eurofins CCC vaak aan nieuwe klanten: via het eigen netwerk. En dat is lucratief. Sinds Van Soest is aangesteld als Business Innovation manager, is Eurofins’ BU Chemie met het CCC als expertisecentrum uitgegroeid tot een groot kwaliteiteitslab, met veel nieuwe klanten en heel veel nieuwe analyses die volledig ISO 17025 zijn gevalideerd en geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie. En het aantal analyses verdrievoudigde. Wat is zijn geheim? Van Soest: “Het innovatieteam bestaat uit professionals die echt geen dagelijkse begeleiding nodig hebben. Zij kunnen mij wel een week missen. En sinds een paar jaar hou ik me niet meer bezig met managen van de productie of uitvoer van de routine-testen, maar kan ik me samen met het team echt focussen op klanten, innoveren en verbeteren. Dat is ons goud.”

Kennis is key 
Maar dat is niet het enige. Van Soest houdt van producten maken, is kritisch, puntje precies, kwaliteitsgedreven én hij en het team bezitten ongelooflijk veel kennis over koolhydraten. “Ik ben zelf eigenlijk volleerd heftruckchauffeur en bestekzager”, vertelt Van Soest vrolijk. Van Soest, opgegroeid in een klein familiebedrijf in de houthandel, maakt na zijn studie bio-organische en analytische chemie al snel furore in Wageningen, waar hij promoveert op het ontwikkelen van koolhydraatproducten, zoals bioplastics en twee keer de Prix Céréalier Le Grain d’Or wint; een belangrijke wetenschappelijke onderzoeksprijs van de Europese graanindustrie. Jaren reist hij door Europa, om materialen te testen en te verbeteren. In 2011 treedt Van Soest aan als technisch directeur bij een bioplastics-fabrikant – tot hij in 2015 wordt gescout door Eurofins. Maar wat is er dan zo interessant aan koolhydraten? 

Fascinerende koolhydraten 
“Koolhydraten zijn ontzettend gevarieerd. Er is altijd wel iets nieuws, iets dat je niet helemaal begrijpt of iets dat je uit moet denken. Er kunnen ook heel uiteenlopende producten van koolhydraten gemaakt worden, zelfs non-food. We bouwen bijvoorbeeld huizen van cellulose. Kortom: eigenlijk is het een van de meest complexe materialen ter wereld. Er zijn meer dan 1 miljard koolhydraat-moleculen en ze lijken allemaal op elkaar. Fascinerend! Zeker als je bedenkt dat in voeding ook allerlei componenten het meten van koolhydraten kunnen verstoren. Zie daar maar eens een analyse op los te laten. Dan moet je dus ontzettend veel weten van voeding én van koolhydraten. Ik zit graag uren op internet dingen uit te zoeken”, vertelt Van Soest gepassioneerd. 

Het belang van de nieuwste voedingsvezelanalyse 
En dan wordt de nieuwste voedingsvezelanalyse – beter bekend als de AOAC Standard Method 2017.01 – door de Codex Alimentarius voorgedragen als de beste analyse voor klassieke voedingsvezels met een hoog-moleculair gewicht én voor complexere voedingsvezels met een laag-moleculair gewicht, met de hoogste kwaliteit. Waarom is dat goed nieuws? Tot nu toe zijn er nog verschillende methoden voor het meten van voedingsvezels in omloop, met verschillende analyseresultaten als gevolg. Eurofins werkte als een van de spelers met initiatiefnemer Barry McCleary aan de ontwikkeling van de test. Van Soest: “De test staat enzymatisch dichter bij de menselijke spijsvertering dan andere analyses, met nóg nauwkeuriger en correctere analyseresultaten als gevolg. En dat vinden producenten belangrijk. Zij zijn nauw betrokken bij de ontwikkeling van deze test. Ook zij willen verschillen in het aantal voedingsvezels op etiketten, oneerlijke concurrentie en ruis naar de consument voorkomen. Met de nieuwste analyse krijgen zij correctere etiketten. Als consumentenorganisaties een productetiket controleren en een producent heeft niet de juiste waarden, kan dat een probleem vormen voor de reputatie. En landen als China accepteren ook internationale Codex-methoden. Handig bij export of import. Zij zijn gebaat bij uniformiteit."

Regels voor labels 
Veel producenten rekenen bovendien alleen uit hoeveel koolhydraten er in hun product zitten. Ze bepalen de basiscomponenten en alle ‘overige’ nutriënten merken zij aan als koolhydraten. “En dat is lang niet zo nauwkeurig als wanneer we het aantal koolhydraten analyseren”, vertelt Van Soest. “Maar een producent is wel verplicht om de juiste waarde op het etiket te vermelden. Ik hoor regelmatig dat producenten dit niet zien als verplichting. Toch is het belangrijk. Want wijkt het aantal voedingsvezels 5 tot 10% af van de werkelijkheid, dan klopt ook de energiewaarde of de calorische waarde niet. Wat ik ook vaak zie, is dat producenten kiezen voor een klassieke analyse om het gehalte voedingsvezels te bepalen. Zo’n klassieke analyse meet alleen de klassieke hoog-moleculaire voedingsvezels. Dat geeft een te lage waarde voor voedingsvezels, terwijl de producent graag meer vezels op z’n product vermeldt.”

Nieuw onderzoek blijft nodig 
Ook de toekomstige Codex-analyse heeft niet alleen voordelen. Het vezelgehalte resistent zetmeel (RS-type zetmeel) wordt nu juist bepaald. Maar er zijn nog een paar hiaten. Van Soest: “Geladen oligosaccharides, siaalzuur-verbindingen, HMO’s – menseigen melksuikers – ze worden nog niet allemaal goed gemeten met de nieuwe methode. We kunnen die wel apart meten via andere methoden. We doen vervolgonderzoeken om die typen vezels ook juist in de nieuwe methode te krijgen”. Op naar de volgende innovatie dus. “Vooraf weet je niet wat er uit het onderzoek gaat komen. Een nieuw te maken analyse moet voldoen aan prestatiekenmerken, aan officiële eisen én moet altijd reproduceerbaar en praktisch uitvoerbaar zijn in het lab. Het is best een prestatie om dat voor elkaar te krijgen. Maar het is ontzettend belangrijk dat we continu vernieuwen en verbeteren”, vertelt Van Soest.  

“Ik leg focus op nieuw” 
Van Soest houdt zich graag bezig met nieuwe dingen. Als ik Van Soest spreek, zie ik op de achtergrond een aantal instrumenten decoratief aan de schouw in zijn woonkamer hangen. In zijn vrije tijd is hij onder meer in de weer met muziek: trombone én gitaar, op hoog niveau, met concerten in het Concertgebouw, Paradiso en opnames van heuse CD’s. Als dierenvriend heeft Van Soest zich beziggehouden met fokkerij van Frieze paarden en rashonden. Maar ook publicaties, presentaties en analyses ziet de wetenschapper als ‘creatie’. Van Soest: “Alles dat denken vergt in oplossingen voor nieuwe kansen, vind ik leuk. Vandaar dat koolhydraten mij blijven boeien. Maar innoveren doe ik niet aan de hand van rigide gedetailleerde plannen. Je moet kunnen sturen om op het juiste pad te blijven. De eerste stap bepaalt de volgende stap. Een plan van aanpak is wel een vereiste, maar je moet wel flexibiliteit inbouwen. Als het écht nieuw is, weet je nooit wat uitkomst zal zijn; met andere woorden als je de uitkomst van tevoren al weet in een innovatieproces, is het stom als je de proef nog doet."

Verdere innovatie mogelijk? 
Maar is er wel continu nog innovatie, verbetering en versnelling mogelijk? Of zitten we op dit moment op het beste van het beste als het om analyses gaat? “Ja er is zeker nog veel te innoveren!”, vertelt de voedingsvezelexpert vol overtuiging. “Op dit moment krijgen we veel klantvragen over ‘novel foods’, stoffen uit de natuur die met kleine aanpassingen heel gezond zijn voor mens en dier. Er zijn nog geen testen voor, maar producenten willen een gedegen product dat voldoet aan strenge eisen. Daarnaast zien we dat onze klanten componenten in voeding of diervoeder steeds nauwkeuriger willen bepalen, doordat het aantal allergieën en intoleranties oploopt en wetgeving strenger wordt. Bovendien willen onze klanten graag nóg sneller hun analyseresultaat. Dat vergt meestal totaal andere analysetechnieken, met apparatuur die het proces automatiseert. En ook zeer verwante analyses zijn voor ons interessant, zoals macronutriënten in voeding en diervoeder of zelfs biomassa, waaronder eiwitten, maar ook lipiden. Bij biomassa horen bijvoorbeeld ook algen, zeewier of insecten. Dus ja: wij hebben voorlopig genoeg te innoveren!”

Prijzen
Van Soest won in zijn carrière meerdere wetenschapsprijzen met zijn innovaties: 

  • 11th Global Bioplastics Award 2016, International trade publication Bioplastics Magazine Rodenburg and Mars (The Netherlands): Candybar-wrapper made from (waste potato) starch based film. 
  • 2nd Prize Wood and Natural Fibre Composite Award 2015  
    CoE BBE BioPot : Rodenburg & MillVision - Biocomposite Conference Nova-Institute Köln December 2015. 
  • International trade publication Bioplastics Magazine, Nomination Finalist "Bioplastics Oskar" 2014 
    Biodegradable structure for habitat improvement. Rodenburg Biopolymers. 
  • Prix Céréalier 1999 Cereal Prize (research group prize; €30,000) 
    Development cereal-based microparticles or latexes: Production, application, structure-property relationships 
  • Prix Céréalier 1996 Cereal Prize (individual prize; €10,000) :  
    Development biodegradable plastics: Industrial processing, structure-property relationships and application 
  • Nationale Ideeënbus 1992 Veronica (co-winner, ƒ5000) - Starch bioplastics 

Meer weten? 
Heeft u een vraag over voedingsvezels in uw product? Dan kunt u terecht bij Van Soest en het CCC-innovatieteam. Neem contact op met Eurofins CCC via sales-food-nl@eurofins.com of via +31 (0) 888 31 00 00 . Voedingsvezelanalyse AOAC Standard Method 2017.16 is operationeel onder testcode HEC4F en volledig ISO 17025 gevalideerd.